De hogere kerosineprijs maakt duurzame vliegtuigbrandstof minder uitzonderlijk

April 01, 2026

Jarenlang was duurzame vliegtuigbrandstof vooral een morele keuze, ingegeven door klimaatdoelen en regelgeving, maar nauwelijks door de portemonnee. SAF kostte structureel twee tot drie keer zoveel als fossiele kerosine en bleef daardoor een nicheproduct, gebruikt voor proefvluchten en symbolische bijmenging. De recente prijsstijging van kerosine verandert dat beeld. Wanneer fossiele brandstof duurder en onzekerder wordt, verschuift de vergelijking. SAF blijft prijzig, maar is niet langer automatisch het extreme alternatief. Voor airlines en brandstofleveranciers wordt het een serieuze optie in plaats van een verplicht nummer.

Tegelijk dwingt Europese regelgeving de sector vooruit. De verplichte bijmenging van SAF creëert een gegarandeerde afzetmarkt, wat investeringen in productie aantrekkelijker maakt. Zolang kerosine goedkoop was, konden bedrijven die verplichting ervaren als een kostenpost. Nu werkt dezelfde regel als een vorm van verzekering tegen prijsschokken en leveringsproblemen. Wie toegang heeft tot SAF, is minder kwetsbaar voor geopolitieke verstoringen en schaarste op de fossiele markt. Dat verandert de strategische waarde van duurzame brandstoffen fundamenteel.

Het huidige tekort aan SAF lijkt op het eerste gezicht een probleem, maar heeft ook een versnellingseffect. Schaarste maakt zichtbaar waar de knelpunten zitten: beperkte productiecapaciteit, afhankelijkheid van afvalstromen en trage vergunningstrajecten. Dat zet overheden en industrie onder druk om sneller op te schalen en te diversifiëren, bijvoorbeeld richting synthetische brandstoffen op basis van groene waterstof en afgevangen CO₂. Die technologieën staan nog aan het begin, maar krijgen nu een duidelijk economisch signaal mee dat ze nodig zijn.

Voor de planeet zit het voordeel vooral in die structurele verschuiving. Zolang vliegen volledig leunt op fossiele kerosine, blijft de sector gevoelig voor prijs, politiek en uitstoot. SAF verlaagt de CO₂-uitstoot per vlucht aanzienlijk en doorbreekt de koppeling tussen luchtvaart en nieuwe olie. Als hoge kerosineprijzen leiden tot snellere investeringen, strengere keuzes en minder vrijblijvend gebruik van duurzame brandstoffen, ontstaat een luchtvaart die trager groeit maar schoner opereert.